
Ik kan het niet geloven: de laatste instructie, een laatste filmpje (leuk mens trouwens die Helen Blowers) en de laatste opdracht.
Op mijn eerste blogpost van 21 augustus schreef ik dat ik benieuwd was wat hier zoal zou komen te staan. Ik moet zeggen: de werkwijze van 23 dingen is prettig omdat je op je eigen tijd eraan kunt werken. En het weblog als verslagschrift, als manier om anderen te vertellen wat jij hebt gedaan of om vragen te stellen, is een prima middel. Het is prettig om als je bezig bent met de stof te kunnen lezen wat de ervaringen van anderen zijn.
Even stilgestaan bij de vraag wat ik geleerd heb. Je leert natuurlijk elke dag, je leeft in deze wereld en je kunt je ogen niet sluiten voor de ontwikkelingen. Wat het bibliotheekwerk betreft, is er heel veel veranderd sinds de opleiding, waarin wij eindeloos moesten titelbeschrijven en alfabetiseren, belangrijk jazeker, maar dingen die ik destijds zag als ballast, die je moest doorploegen om uiteindelijk aan de gang te kunnen met de informatiefunctie naar het publiek, zoals die de bibliotheken in de jaren ’70 voor ogen stond. Alle veranderingen die de automatisering ons tot een jaar of tien, vijftien geleden bracht, waren technische veranderingen, waardoor je “dom” werk kunt uitbesteden aan machines: uitleenregistratie, catalogus bijwerken etc. Maar gelukkig kwam daardoor wel meer tijd beschikbaar voor het publiek en om het instituut bibliotheek inhoud te geven met lezingen, klassenbezoeken, meer inlichtingenfunctionarissen om het gretige publiek te helpen zoeken naar de informatie die het wilde.
Ondertussen zijn we op het punt gekomen dat we moeten gaan nadenken over het feit dat het publiek niet meer komt om informatie te halen, maar dat we een digitale invulling moeten zoeken om die informatiefunctie nog waar te maken en het publiek duidelijk te maken dat ze bij ons moeten zijn. En dat is lastig. Het voelt niet veilig, omdat je buiten gebaande paden moet gaan. Gelukkig hebben we in de cursus uitstapjes gemaakt naar sites (waarvan ik er vele niet kende), kennisgenomen van meningen van anderen (en dankzij het web gaat dat veel verder dan middels de vele vakliteratuur). En verder hebben we geleerd dat we ons steeds moeten afvragen wat bibliotheek hiermee kan, of het iets is voor onze gebruikers, of we met bepaalde opties de bibliotheek kunnen perfectioneren.
Nu moeten we “alleen” verder: althans zonder de aansporingen en eyeopeners van Rob. Maar we hebben de vele RSS-feeds van al die sites die we hebben bezocht, er is delicious, en alle collega’s hebben nu eenzelfde basis van waaruit we allemaal verder kunnen ontdekken. 23 dingen is erin geslaagd ervoor te zorgen dat we – zoals Helen Blowers het zegt - “ons nu wat meer ‘comfortable’ voelen op het web”. Het is wel belangrijk dat we nu met elkaar blijven delen, elkaar blijven attenderen en vooral onze ogen en oren openhouden voor dat deel van 2.0 en 3.0 waar we onze gebruikers mee kunnen boeien en helpen. Het begin is er in elk geval!